Hoe kom ik aan goede overnachtingsadressen? Sauerland zomer 2020

Ezel Ravel en ik hebben een hele mooie trektocht van drie weken gemaakt door Sauerland. Hoe doe je dat met overnachtingen? Dat is een veel aan mij gestelde vraag.Een aantal dingen zijn heel belangrijk:

* We splitsen nooit. Een ezel is een kuddedier. Tijdens een trektocht is hij weg uit de groep ezels. Dan ben ik dus de andere helft van zijn kudde. Ik heb gemerkt dat de ezel treurig wordt en minder goed wil lopen als ik toch eens een nacht niet naast zijn weitje sta. Ik kampeer dus altijd direct naast de ezel.

* Ik heb 6 simpele paaltjes mee op de rug van de ezel. En een klos scheepstouw. Zo kan ik een weitje maken voor Ravel. De hele nacht aan een stick staan vind de ezel niks en bovendien kan het struikelgevaar opleveren door verstrikkingen met het touw, ook al heb ik een lang met wartels verzwaard touw mee. Als we toch in een weide met permanente omheinig terecht komen, gebruik ik de paaltjes met draad om een prive-stukje om mijn tent heen te maken, want Ravel gaat anders klooien met mijn spullen. * Ik plan van ter voren nooit slaapplekken. Ik vind het fijner te lopen zoals het gaat en per dag te ondervinden hoever we komen.

* Hoe ik aan slaaplekken kom is een kwestie van exact de goede vraag stellen. Vraag je naar een kampeerplek dan noemt men een camping en dat kan 10 km verderop zijn. Meestal is dat te ver als ik toe ben aan de vraag voor een slaapplek. Stel je een vage vraag, dan gaat men het naar eigen keuze invullen, bijvoorbeeld een pension noemen. Dit is de goede vraag: “‘Wij lopen de …..route. Voor vandaag hebben we genoeg gelopen. Weet u iemand die een weitje heeft waar ik voor één nacht met de ezel kan staan. Ik heb een tent bij me en kampeer naast de ezel. We hebben alleen twee emmers water nodig en drinkwater voor mij, verder niks. Afrastering heb ik ook. Meestal is het dan snel geregeld. De mensen waaraan ik het vraag zeggen meteen ”Het kan wel hier”, of ze gaan meedenken en verwijzen me verder. Ik douche en maak gebruik van het toilet alleen als mensen het aanbieden. Anders maak ik gebruik van de natuurwc en een (oplblaas)teiltje. Ik bel nooit ergens aan, huizen waar ik niemand zie, loop ik voorbij. Ik spreek mensen aan die ik bijvoorbeeld in de tuin zie werken of op straat tegenkom. In dit geval maak ik dankbaar gebruik van mijn sterke intuitie of de plek geschikt is en de mensen te vertrouwen. Geschikte plekken zijn: lege dierenweides met weinig stront, grote tuinen, openbare grasveldjes bijvoorbeeld bij een sportcomplex, maneges, grasveldjes bij bedrijven, boerderijen.

* Op loopafstand zijn niet altijd campings als ik een bepaalde lange afstandswandeling loop. Als er toch een camping op mijn pad komt, dan bel ik nooit eerst op. Ik sta voor de deur met mijn charmante ezel en leg uit hoe ik dat doe. We worden vrijwel altijd toegelaten. Iedere camping heeft wel een rommelhoekje waar een levende grasmaaier welkom is. Als je eerst belt, krijg je vaak de receptie en die moet dan eerst de eigenaar vragen en dan komt het antwoord vaak pas als je alweer kilometers verder bent. Of het antwoord is direct nee omdat het een onbekende vraag is.

* Wild kamperen kan alleen bij een beek met schoon stromend water. Dat doe ik bij uitzondering en dat is genieten van mooie stille plekjes.

* Ik vraag altijd waar ik de stront kan opruimen. Ik heb een plastik blik bij me ( van stoffer en blik) en een lichtgewicht tuinschepje.

* Heel soms komt het voor dat de ezel het plekje niet geschikt vindt. Gaat hij niet binnen 10 minuten grazen, dan is er iets dat hem niet bevalt, bijvoorbeeld te veel paardenpoep, of vervuilde grond met niet lekker gras. Dus niet meteen beginnen je tent op te zetten, eerst even relaxen 🙂.

En zo kom ik hele leuke gezellige bijzondere en mooie mensen tegen. Soms laat men mij met rust en ben ik alleen met de ezel, soms komen mensen foto’s maken en een praatje maken en soms mag ik mee eten. Allemaal oké.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *